Wij gebruiken op onze website cookies zodat u de website goed kunt gebruiken. Dit zijn analytische cookies en cookies van YouTube. Wilt u deze website bezoeken? Dan gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.

Toespraken burgemeester en wethouders

Toespraken van het college van burgemeester en wethouders staan 3 maanden op deze website.

Mark Verheijen

Geachte aanwezigen,

In aanloop naar deze herdenking heb ik me afgevraagd: hoe voelden de Molukse gezinnen zich, toen ze in 1951 op een groot schip stapten? Ze verlieten hun geboorteland om na een maand varen aan te meren in Rotterdam. Hoe was dat? Opeens in een onbekend land terechtkomen?

Vandaag is het precies 75 jaar geleden dat die eerste groep Molukse gezinnen na een lange reis op de Kota Inten voet op Nederlandse bodem zette. Foto’s en beelden uit het Polygoon-journaal tonen mannen, vrouwen en kinderen, soms nog heel klein. De volwassenen zijn bezig hun kinderen warm aan te kleden, ze kijken nieuwsgierig of lachen soms – enigszins onzeker – in de camera. Eén ding wisten ze zeker: op een dag zouden ze hun koffer opnieuw pakken en terugkeren.

Ik kan me niet voorstellen hoe het moet zijn geweest toen deze gezinnen zich realiseerden dat terugkeer er niet in zat. Ze waren gedwongen om een nieuw bestaan op te bouwen in Nederland. En we weten allemaal hoe moeilijk dit is geweest.

“De pijn van een Molukker, kan een Nederlander nooit voelen.” Dat zegt een van de geïnterviewden in de mooie interviewserie ‘Molukkers in Nederland: 70 jaar op weg naar huis’, die Coen Verbraak vijf jaar geleden maakte. Het doet me goed dat er op steeds meer plaatsen erkenning is van die pijn. Ook hier in Wijdemeren. Want vanwege de nabijheid van het Marine Opleidingskamp Hilversum kwamen ook in Loosdrecht Molukse gezinnen wonen; op de Beukenlaan, de Meidoornlaan en de Lindelaan. Al die mannen, vrouwen en kinderen hadden een andere ontvangst verdiend.

In mijn brief aan de Molukse gemeenschap liet ik vorig jaar al weten dat de gemeente Wijdemeren zich verbonden voelt met de Molukse geschiedenis. Dat komt tot uiting in de zorg voor de grafrechten van dertien Molukse graven. En met het prachtige monument dat precies een jaar geleden op deze begraafplaats is onthuld: Masa Lalu Bersama, Gedeeld Verleden. Kunstenaar Joost Zwagerman weet in dit werk op indrukwekkende wijze het Molukse verleden te laten samenkomen. Het monument zorgt dat we nu een vaste plek hebben om te herdenken of om te bezinnen.

Ik ben erg blij met de bijbehorende lessenaar, waarop uitleg staat over de Molukse geschiedenis. Die verhalen uit het verleden moeten verteld blijven worden. We kunnen ervan leren en ze kunnen helpen om elkaar beter te begrijpen. Het onder de aandacht brengen van die verhalen is hard nodig. Het blijkt dat in Nederland nog te weinig kennis is van de Molukse geschiedenis. Maar dat verandert langzaam en monumenten als Masa Lalu Bersama of herdenkingen – met daarbij verhalen in de media – dragen bij aan bewustwording.

Vandaag is er extra aandacht voor verbinding tussen de generaties. In de uitnodiging voor deze herdenking schrijft u – de Werkgroep Eerbetoon Moluks Marine Monument Loosdrecht – dat u hoopt dat ook de derde en vierde generatie bij deze herdenking aanwezig is. U noemt deze generaties ‘de jonge bewakers van onze geschiedenis’. En zo is het. Zij zijn straks de mensen die herinneringen van hun grootouders of overgrootouders gaan doorgeven.

Vijf jaar geleden was de herdenking van ’70 jaar Molukkers in Nederland’ veel in het nieuws. Een van de documentaires van destijds was ‘Verleden tijd’ van Nira Kakerissa, wier grootouders in 1951 noodgedwongen naar Nederland kwamen. Nira maakte de documentaire in 2021 toen ze zwanger was en meer over haar familiegeschiedenis wilde weten. Maar dat was niet makkelijk, vertelde ze destijds in de driedelige serie. Ze zegt: “Tot op de dag van vandaag wordt er bij mij thuis nog steeds over dit onderwerp gezwegen. Waardoor ik nu een belangrijk puzzelstukje van mijn geschiedenis mis.” Zwanger van de vierde generatie vond Nira het belangrijker dan ooit om het verhaal van haar grootouders – en dat van haar familie – door te kunnen geven.

Laten wij ook verhalen uit de Molukse geschiedenis blijven doorgeven; aan kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Maar niet alleen binnen de eigen familie: de Molukse en Nederlandse gemeenschap hebben immers een gedeeld verleden en daar moeten we altijd aandacht voor blijven houden.

Geachte aanwezigen, beste kinderen,

Bedankt dat u vandaag aanwezig bent bij de jaarlijkse herdenking bij het fusillademonument. Welkom ook aan de leerlingen van Kindcentrum De Haven. Fijn dat jullie hier ook dit jaar weer zijn.

Het is een prachtige zonne-ochtend”. Zo beschrijft de Loosdrechtse arts C.W. van Wieringen de ochtend van dinsdag 20 maart 1945, de dag dat hier tien Nederlandse verzetsstrijders werden gefusilleerd. Een zonnige voorjaarsochtend... wat een schril contrast met de afschuwelijke gebeurtenis die wij hier vandaag herdenken.

Van Wieringen bewoonde in de oorlogsjaren een deel van het oude gemeentehuis en was ooggetuige van de fusillade. Enkele maanden daarna, in augustus 1945, tekende hij een verslag op van de gebeurtenissen. Dat is in te lezen bij de Historische Kring Loosdrecht. In zijn verslag beschrijft Van Wieringen wat hij ziet gebeuren en wat hij zelf doet nadat de fusillade is voltrokken: Ik spreek een kort gebed uit, waarbij ik de zielen van deze mannen Gode aanbeveel. Dan zeg ik de eerste strophe van het Wilhelmus, om deze goede Nederlanders te eren. Het geheel heeft mij zéér aangegrepen.

Het relaas van de arts maakt op mij diepe indruk. Zoals hij de aankomst van de tien mannen beschrijft en de daadwerkelijke fusillade. Of hoe hij ’s middags als gemeente-arts de schouw verricht. Maar ook de beschrijving van de aankomst van familieleden, op de vrijdag na de fusillade. Uit zijn woorden blijkt duidelijk hoe de aangeslagen Van Wieringen zich heeft ingespannen om de familie van de mannen duidelijkheid te verschaffen over hun dierbaren. Daarover schrijft hij: De familie der gevallenen komen dan meest nog ten mijnen huize, om wat nader te horen over de laatste ogenblikken van hun helden. Ik ben dankbaar, hen iets te kunnen vertellen, hoe tragisch het voor hen ook zijn moet.

Op 20 maart 1945 kwam hier een einde aan het leven van tien verzetsstrijders. Tien families verloren hun dierbaren op een moment dat de bevrijding nabij was. Dat maakt de fusillade extra wrang. Delen van Nederland waren zelfs al bevrijd en nog geen twee maanden later was het land helemaal vrij!

De woorden van gemeente-arts Van Wieringen, van 81 jaar geleden, zijn bewaard gebleven. Daardoor weten wij nu hoe het eraan toe ging op die ochtend van de 20ste maart. En nee, dat is niet fijn om te lezen.

Het is verdrietig om via Van Wieringens woorden aanwezig te zijn bij de fusillade. Het zorgt voor een gevoel van boosheid en machteloosheid. Waarom mochten deze tien mannen – de jongste was pas 21 jaar – niet meer leven? Ze hadden zelfs niets te maken met het neerschieten van de Duitse onderofficier, enkele dagen daarvoor. De Duitsers hadden de mannen uit Kamp Amersfoort gehaald en hun dood was een vergelding.

Net als het verslag van de gemeente-arts zijn er veel herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog bewaard gebleven. Op papier, op foto’s en bewegende beelden, én in hoofden. Zo weten we hoe het er aan toe ging in de tijd van de Duitse bezetting. Vijf jaar waarin Nederlanders niet in vrijheid konden leven, en waarin veel mensen hun leven niet zeker waren.

Ik ben blij dat de leerlingen van Kindcentrum De Haven elk jaar bij deze herdenking aanwezig zijn. Door kinderen bij een dergelijke herdenking te betrekken, blijven verhalen in leven. En dat is belangrijk, want sommige gebeurtenissen mogen we nooit vergeten. Niet na 81 jaar, en ook niet na 100 jaar.

Daarom moeten we verhalen blijven doorgeven van generatie op generatie. Want door die verhalen beseffen wij ons des te meer dat het bijzonder is dat we zelf wél vrij kunnen leven. Dat is namelijk niet vanzelfsprekend. Daarom mogen we onze vrijheid nooit voor lief nemen.

Die vrijheid... dat is muziek kunnen luisteren waar je van houdt. Zelf kiezen welk boek je leest. Vrijheid is... de kleding dragen waarin jij je lekker voelt, zeggen wat je denkt en verliefd worden op wie je wilt. Vrijheid is ’s avonds in je eigen bed slapen, en niet voor bommen hoeven schuilen in een kelder.

En vrijheid is ook: kunnen doen en laten wat je wilt. En dat is voor iedereen anders. Echte vrijheid is als anderen jou daarbij in je waarde laten. Dat is soms best moeilijk. Bijvoorbeeld als iemand een andere mening heeft. Toch is het belangrijk om naar elkaar te blijven luisteren en de ander te respecteren.

En al leven we in vrijheid en vrede; er is wél veel gaande. Vorig jaar zei ik op deze plek dat de wereld onrustig was. Helaas is het sindsdien alleen maar onrustiger geworden. Dagelijks zien we nare beelden van oorlogsgebieden. En bij sommige beelden – bijvoorbeeld via social media – moeten we ons afvragen of het wel klopt waar we naar kijken. Dat maakt deze tijd zo moeilijk. Voor kinderen is het fijn om erover te praten met ouders of met leraren op school. Zij kunnen uitleg geven of helpen om gevoelens onder woorden te brengen.

Want dat is belangrijk. Praat erover, ook met elkaar. Herinner. En gedenk.

Vandaag herdenken we tien dappere verzetsstrijders. Zij zetten zich 81 jaar geleden in voor onze vrijheid en vrede en betaalden daarvoor de hoogste prijs.

Dankzij Ben Verduijn komen we elk jaar samen bij het fusillademonument, dat sinds 1946 bestaat. Voor Ben is dit waarschijnlijk de laatste keer dat hij de herdenking organiseert. Hoe de herdenking er in de toekomst uit gaat zien, is nu nog niet bekend. Maar één ding is zeker: wij zullen de tien mannen die hier het leven lieten nooit vergeten.

Beste meneer Verduijn, beste Ben,

Ik noemde het net al: wat bijzonder dat we hier op uw initiatief elk jaar samenkomen. Uw vader Cornelis Verduijn uit Ede was een van de tien verzetsstrijders die 50 meter van deze plek omkwam, op 20 maart 1945. U was toen pas een half jaar oud en heeft hem in leven dus nooit gekend.

Inmiddels heeft u veel onderzoek gedaan naar zijn verleden, en naar het verzet in Ede. U schreef meerdere boeken, waaronder een boek over uw vader. Dankzij u is er meer kennis over de mislukte wapendropping bij Lunteren, waar uw vader gevangen werd genomen. Daardoor kwam hij terecht in Kamp Amersfoort en was hij uiteindelijk een van de tien mannen die de Duitsers naar Loosdrecht haalden als represaille voor het neerschieten van de onderofficier.

Onvermoeibaar heeft u zich ingezet voor meer kennis over het verleden van uw vader en het verzet. In Ede bent u betrokken bij het Mausoleum en de 4 mei-herdenking. En op het monument aan de Appelweg in Amersfoort staat een gedicht van uw hand. Dit monument is opgericht ter nagedachtenis aan tien andere verzetsstrijders, ook grotendeels uit de verzetsgroep uit Ede, die eveneens op 20 maart 1945 zijn gefusilleerd.

In Loosdrecht bent u initiatiefnemer van de jaarlijkse fusilladeherdenking. Daar zijn wij u immens dankbaar voor. Ook zijn we u dankbaar voor de gastlessen op school. Juist omdat we het zo belangrijk vinden om verhalen uit de Tweede Wereldoorlog te blijven vertellen.

Ik heb begrepen dat u vorig jaar een bijzondere onderscheiding mocht ontvangen voor al uw verdiensten. Nu u deze herdenking voor het laatst heeft georganiseerd, willen we u ook graag onze dankbaarheid tonen. U heeft ongelooflijk veel betekend voor Loosdrecht en het levend houden van herinneringen aan de fusillade op 20 maart 1945, die we nooit mogen vergeten. Het is me daarom een groot genoegen om u de erepenning van de gemeente Wijdemeren te mogen overhandigen.

Wilna Wind

Gert Zagt

Rosalie van Rijn

Jos Kea

Heeft u kunnen vinden wat u zocht?